Yogyakarta, meestal Jogja genoemd, is andere (spek)koek. De stad is het hart van Java, zowel geografisch als cultureel. Voor de toerist leidden alle wegen naar Jogja. Waar de grote trekpleisters van de Javaanse toeristenindustrie op betrekkelijk korte afstand vandaan liggen: Borobudur, Prambanan en de vulkaan Bromo. De tocht vanuit Pangandaran gaat in twee etappes: eerst rijd je met een busje naar het station van Sidareja, en daar stap je op de doorgaande trein van Bandung naar Yogyakarta. Als je aan de linkerkant van de trein zit heb je uitzicht op de klassieke toeristenfoto's van Indonesië. Uitgestrekte rijstvelden, omlijst door palmen, met op de achtergrond nu eens een berg, dan weer een vulkaan. De rijstvelden zijn op het moment alleen bruin, niet groen, op een enkel veldje na. De nieuwe rijst wordt namelijk nu, aan het eind van het droge seizoen pas in groten getale geplant. En dat gebeurt gewoon met de hand, elk plantje apart. Dus ik ben maar wat blij dat ik webdude ben en geen rijstboer.
In Jogja zelf kun je merken dat de dollars rijkelijk vloeien. Het is hier schoon en redelijk welvarend. En dat ligt niet alleen aan de toeristen maar ook aan de sultan. De autoriteit van deze vorst, die in het Kraton (paleis) midden in de stad woont, strekt verder dan alleen ceremoniële macht. Ik kan me niet aan de indruk ontrekken dat juist voor hem nog wel 's een extra bezempje door de stad gehaald wordt. Jogja is de tegenpool van Jakarta. In Jakarta huist de politieke macht en de dwang van het grote geld. In Jogja heersen de cultuur, religie en natuurlijk de toerist.
Ook voor mij staan de verplichte excursies naar Borobudur en Prambanan op het programma. En zeker Borobudur stelt absoluut niet teleur. Het is zo vreemd en zo gedetailleerd, dat het je verstand te boven gaat hoe ze dit bouwwerk rond 900 na christus hebben kunnen bouwen. Het heeft een hele abstracte kwaliteit die je alleen kunt ervaren als je er in betrekkelijke rust zelf doorheen kunt lopen. En wat dat betreft heb ik geluk. Omdat het ramadan is zijn er stukken minder bezoekers dan normaal. En het lukt me dan ook moeiteloos om wat foto's te nemen zonder hordes toeristen erop. Eenmaal bovenop de Borobudur is het uitzicht tijdloos. En misschien was dat wel het belangrijkste doel van het Boeddhistische monument: de beklimmer ervan doordringen dat hij los moet komen van wereldse zaken.
Het was na deze indrukken lastig om Prambanan echt op waarde te schatten. In de grote aardbeving van 2006 is het tempelcomplex ernstig beschadigd. Je mag nu bijna nergens op of in vanwege gevaar voor instorten of vallende stukken steen. De meeste tempels worden omgeven door een hek op een afstand van een meter of 5 en dat is niet zo goed voor je Indiana Jones gevoel. Desondanks is het een must-see en ik hoop er nog eens terug te keren als de boel weer opgebouwd is. Het museum bij Prambanan was wat dat betreft leuker. Het hangt vol met oude koloniale foto's voorzien van Nederlandse onderschriften. Je ziet er hoe de grote bergen brokstukken die ze terplaatse vonden zijn gereconstrueerd en opgebouwd tot de indrukwekkende tempels die je nu ziet.